Leraar24.nl
 
 

alt
 
alt Meidenvenijn is niet fijn!
Sinds de start van het lespakket 'meidenvenijn is niet fijn!' in 2008 heeft het pakket zich, mede dankzij een gehouden gebruikersonderzoek, ontwikkeld tot een uitgebreide lesmethode voor zowel het basis- als voortgezet onderwijs. Een methode om het pestgedrag onder meisjes in de leeftijdsgroep van 9 t/m 15 jaar aan te kunnen pakken. Ook voor diverse andere instellingen, die met groepen meisjes werken, is deze methode geschikt.

Hieronder vindt u kort samengevat enige informatie over het pesten in het algemeen en een beschrijving van typisch gedrag bij meidenvenijn. Verder leest u wat de doelstellingen zijn van 'Meidenvenijn is niet fijn!' en welke keuzes er zijn gemaakt voor de samenstelling van het nieuwe lesmateriaal.

Om te navigeren kunt u klikken op onderstaande links:

1 Pesten
2 Gevolgen van pestgedrag
3 Verschil tussen jongens en meisjes
4 Pesten als groepsfenomeen
5 Meidenvenijn
6 Doelstellingen van het lespakket
7 Gebruikte inzichten
8 Structuur van het lespakket

1 Pesten
In elke school, klas of groep wordt gepest. Pesten wordt gedefinieerd als “veelvoorkomende negatieve handelingen door een leeftijdsgenoot of een groep leeftijdsgenoten tegen een ander kind, voor wie het moeilijk is om zichzelf te verdedigen” (Olweus, 1991). Recent grootschalig wetenschappelijk onderzoek laat zien dat wereldwijd tussen de vijf en twintig procent van alle kinderen slachtoffer is van pesten en tien tot twintig procent van de kinderen dader is. Voor Nederland zijn vergelijkbare aantallen gevonden. Op basis van deze cijfers kunnen we concluderen dat in een gemiddelde schoolklas twee tot vier kinderen zitten die gepest worden, en even zoveel kinderen die pesten.
alt

2 Gevolgen van pestgedrag
De gevolgen van pesten zijn groot, zeker als het pestgedrag langer duurt.
Slachtoffers hebben meer kans op sociale en emotionele problemen. Gevoelens van eenzaamheid en depressie worden vergroot en bestaande problemen verergeren. Deze kinderen hebben een lage zelfwaardering en ontwikkelen een wantrouwen richting leeftijdsgenoten. Deze gevoelens kunnen leiden tot verder isolement, diepere depressie en kunnen nog meer pestgedrag uitlokken. Bovendien hebben ze vaker last van psychosomatische klachten, zoals hoofdpijn, slaapproblemen, buikpijn, bedplassen en vermoeidheid.

Kinderen die pesten leren niet op een sociaal aangepaste manier te onderhandelen met anderen. Daardoor kunnen ze uiteindelijk onaangepaste gedragspatronen ontwikkelen en lopen ze een grotere kans op ernstige problemen in de adolescentie. Ze komen vaker in aanraking met justitie, drinken meer alcohol en plegen vaker zelfmoord. Meisjes die vroeger pestten hebben op latere leeftijd een grotere kans om betrokken te raken bij huiselijk geweld en om tienermoeder te worden.

Maar ook klasgenoten hebben last van het pesten. De verstoring en afleiding die het pesten veroorzaakt hinderen het leren. Op de dagen waarop niet-betrokken kinderen iemand gepest zien worden, vinden ze school minder leuk. Als pestgedrag niet adequaat aangepakt wordt kunnen kinderen bovendien de conclusie trekken dat slachtoffers verdienen wat ze krijgen, dat macht belangrijker is dan rechtvaardigheid en dat volwassenen niet goed voor kinderen zorgen.
alt

3 Verschil tussen jongens en meisjes

Er bestaat een belangrijk verschil tussen de manier waarop jongens pesten en de manier waarop meisjes dat doen. Met name jonge jongens pesten meer op een directe en fysieke manier, zoals slaan, schoppen, duwen, spullen afpakken enzovoorts. Naarmate jongens ouder worden verschuift dit puur fysieke pesten naar meer verbale vormen zoals uitschelden en belachelijk maken, waarbij fysieke handelingen een rol kunnen spelen.

Meisjes hanteren daarentegen een meer indirecte stijl die ook omschreven kan worden als relationele agressie. Dat wil zeggen dat meisjes pesten door middel van sociale relaties: roddelen over het slachtoffer, buitensluiten en isoleren, negeren en afwijzen. Dit sluit overigens niet uit dat sommige meisjes, zij het bij uitzondering, ook fysiek pesten.
alt

4 Pesten als groepsfenomeen

In het verleden richtte zowel het onderzoek naar pestgedrag, als de diverse interventieprogramma´s zich vrijwel alleen op de individuele daders of slachtoffers. Daar is de afgelopen tien jaar verandering in gekomen, doordat pesten steeds meer gezien wordt als groepsfenomeen, waarbij veel meer groepsleden betrokken zijn dan alleen de dader en het slachtoffer.
Scandinavisch onderzoek heeft in de jaren negentig duidelijk aangetoond dat er minstens zes verschillende rollen bestaan bij het pesten. Naast de dader en het slachtoffer komen ook nog voor:

• de kinderen die de dader actief helpen
• de kinderen die de dader aanmoedigen (bijvoorbeeld door te lachen)
• de kinderen die het slachtoffer helpen
• de buitenstaanders, kinderen die zich niet mengen in de pestsituatie

Wat uit al deze onderzoeken naar voren komt, is dat de dader niet alleen staat, maar dat er een duidelijke groepsstructuur bestaat. De dader staat daarbij centraal in de groep, met daaromheen verschillende kinderen die allen op hun eigen wijze een bijdrage leveren aan het pestgedrag. De rol die sommige kinderen hierbij vervullen is groter (aanmoedigen en helpen) dan de rol van andere kinderen (buitenstaanders).
alt

5 Meidenvenijn

Zoals gezegd pesten meisjes meestal door middel van sociale relaties. In meidengroepen heerst er vaak een ‘koningin’. Dit populaire meisje omringt zich met hofdames en trouwe onderdanen. Zij bepaalt wie bij haar club hoort en wie niet. In elke klas of meidengroep zijn in meer of mindere mate deze typische meidenrollen van koningin, hofdame en onderdaan te herkennen. Het machtsspel van de koningin en haar hofkliek leidt altijd tot probleemsituaties, zoals (online) roddelen, pesten en buitensluiten.

Typisch meidengedrag is:
• samenklitten in groepjes
• anderen buitensluiten
• elkaar manipuleren
• aantrekken-afstoten
• aardig doen, behalve tegen…
• dreigen: ‘als jij met haar speelt, dan ben ik je vriendin niet meer’
• elkaar negeren, uitlachen, in de steek laten
• aardig één-op-één, onaardig in een groep
• naar elkaar staren
• onderling fluisteren, briefjes doorgeven
• iemands uiterlijk voorzien van ongevraagd commentaar
• vriendjes afpikken... en dit alles buiten het zicht van volwassenen!

Deze gedragingen, die plaats vinden buiten het zicht van volwassenen, zorgen ervoor dat een machtssysteem op een subtiele wijze tot stand komt en vooral ook in stand wordt gehouden.
(uit: "koningen en krengen" anke visser aps/ppsi 2006)
alt

6 Doelstellingen van het lespakket

‘Meidenvenijn is niet fijn’ kunt u op twee manieren inzetten.

1. Preventieles ‘Meidenvenijn’
als u alleen het onderwerp bespreekbaar wil maken in de klas of groep.

2. Lesblokken ‘Van Venijn naar Kwaliteit’
als u heeft geconstateerd dat er in zorgwekkende mate sprake is van meidenvenijn.

Hieronder staan de algemene doelstellingen van het pakket voor zowel de interne vertrouwenspersoon als de begeleider (leerkrachten, docenten, mentoren) die de les(sen) gaat geven. Vanzelfsprekend vindt u hier ook de doelstellingen voor de meisjes zelf.

Interne vertrouwenspersoon
• Inzetten als voorlichtingsmateriaal
• Gebruik maken van instrumenten om een negatieve groepsdynamiek bij meisjes te doorbreken
• Handvatten geven om meisjes op individueel niveau of in kleine groepjes te begeleiden

Begeleider (leerkrachten, docenten, mentoren)
• Kennismaken met het fenomeen meidenvenijn
• Motiveren om meidenvenijn te doorbreken
• Inzetten van materiaal en instrumenten om meidenvenijn te bespreken en aan te pakken

Meisjes
• Meer inzicht krijgen in het gedrag en de rollen van meiden
• Bewust worden van het effect van gedrag op anderen
• Onderkennen van de eigen kwaliteiten
• Leren ombuigen van negatief gedrag naar positief gedrag
alt

7 Gebruikte inzichten

Om het lesmateriaal samen te stellen is gebruik gemaakt van beproefde inzichten, die u hieronder kort toegelicht terugvindt.

Kernkwadrant van Ofman
Voor het ombuigen van negatief naar positief gedrag maakt het pakket ‘Meidenvenijn is niet fijn!’ gebruik van de principes van het ‘Kwadrant van Ofman’, ook wel ‘Kernkwadrant’ genoemd. Het kernkwadrant bevat vier aspecten: de kernkwaliteit, de valkuil (vervorming), de allergie en de uitdaging. Volgens Ofman horen bij iedere persoon bepaalde kernkwaliteiten. Het zijn de specifieke eigenschappen die een persoon kenmerken. Iedereen heeft volgens Ofman een aantal van deze kwaliteiten, maar sommige van deze kernkwaliteiten zijn zo sterk aanwezig dat ze juist een valkuil worden. Een valkuil is een karaktereigenschap die een doorgeschoten vorm is van een kernkwaliteit en wordt ook wel vervorming genoemd. Om negatief gedrag op een positieve manier te bekijken legt het pakket de nadruk op de ‘kwaliteiten’ en bijbehorende ‘vervormingen’ van de meidenrollen.

5G-model
Het 5G-model wordt in veel sociale vaardigheidstrainingen gebruikt en is afkomstig uit de Rationeel-Emotieve Therapie (RET) van Albert Ellis. Aan de hand van dit model wordt de sterke onderlinge samenhang tussen gebeurtenis, gedachten, gevoel, gedrag en het uiteindelijke gevolg besproken. Door de eigen gedachten onder de loep te nemen, wordt niet alleen het verschil tussen negatieve en positieve gedachten helder, maar wordt het ook inzichtelijk dat negatieve gedachten kunnen leiden tot negatief gedrag en positieve gedachten tot prettig en sociaal gedrag. Ook de verbale en non-verbale communicatie, zoals lichaamshouding, het maken van oogcontact en het gebruik van de stem komen aan de orde.

NLP
Voor het opstellen van doelen en het maken van een actieplan is gebruik gemaakt van het gedachtengoed van NLP (NeuroLinguïstisch Programmeren). NLP stelt de gewenste ‘droomsituatie’ voorop bij het bepalen van het doel. Dit geeft kinderen, maar ook volwassenen, meer moed en zin in het bereiken van hun doelen. Meer dan wanneer de huidige probleemsituatie als eerste aandacht krijgt. Verder stuurt NLP naar een concrete beschrijving van de doelsituatie, zodat beter meetbaar is wanneer het doel behaald wordt. Het belangrijkste obstakel tussen de huidige en de gewenste situatie wordt gedefinieerd, zodat de doelensteller weet wat hij of zij moet overwinnen en moet doen om het doel te bereiken.
alt

8 Structuur van het lespakket

De handleiding is ingedeeld in 5 hoofdstukken met 4 lesblokken. Bij deze lesblokken worden de werkboeken van de meisjes ingezet.

Opbouw handleiding 'Meidenvenijn is niet fijn!':

Hoofdstuk 1 Inleiding
Hoofdstuk 2 De meidenrollen
Hoofdstuk 3 Voorbereiding preventieles en lesblokken
Hoofdstuk 4 Preventieles Meidenvenijn
Hoofdstuk 5 Lesblokken 'Van Venijn naar Kwaliteit'

Lesblok 1 Kwaliteiten en vriendschappen
Lesblok 2 Meidenvenijn
Lesblok 3 Denken en doen
Lesblok 4 Actie!

De handleiding voor de begeleider voorziet in een zelfstandige aanpak.
Mocht u evenwel ondersteuning wensen in het gebruik van het lespakket, schrijft u zich en/of uw team dan in voor de workshop 'Van Venijn naar Kwaliteit'.
alt








































 
Jeugdjournaal

Meidenvenijn onderzoek